Julian Thomas

Julian Thomas

Desperado music productions
DMP, Desperado Music Productions heeft een diversiteit van artiesten en bands. Er zijn goede relaties met artiesten en bands uit Nederland en USA. Wij leveren artiesten en bands die van uw avond een spetterende show maken!
Toch een andere artiest?

Julian Thomas
Someday NewCountry bij DMP

Succes is een relatief begrip voor Julian. Als zanger-pianist valt hij op tijdens talentenjachten, hij treedt in 2002 op met Jan Vayne en maakt zijn tv-debuut bij Ivo Niehe in 2004. Hij komt onder contract bij Sony BMG, maar heeft dan al twaalf jaar aan zijn debuutalbum gesleuteld. Dat Marco Borsato laat weten fan van hem te zijn en hem het eerste exemplaar overhandigt van dat debuut betekent heel veel voor Julian. Het komt tot een samenwerking tijdens Symphonica In Rosso in 2006, in hetzelfde jaar dat Julian het voorprogramma verzorgt van de theatertournee van Trijntje Oosterhuis.

In 2009 verschijnt Julians tweede album, 35 Some Months. De dan 34-jarige zanger zit middenin een succesvolle theatertournee met Motel Westcoast, een project waarin hij met collega- vocalisten Syb van der Ploeg, Edward Reekers en Mirjam Timmer Amerikaanse popklassiekers ten gehore brengt. Het is drummer Mark Eshuis die de eerste stap zet naar wat Someday zal worden. Mark drumt een partij in voor een van Julians nieuwe stukken, waarna Johannes Adema er een baspartij aan toevoegt. Het resultaat bevalt Julian zo goed, dat hij prompt besluit het heft in eigen hand te nemen: "Alles was er. Gevoel, inspiratie, het stemmetje dat zei dat ik het zelf moest doen. Allemaal."

Zowel zijn titelloze debuut als 35 Some Months zijn dure producties geweest maar laten bij Julian desondanks een onbevredigd gevoel achter. Hij trekt de conclusie dat hij ditmaal gerust op een andere manier te werk mag gaan. Zijn uitgangspunt: een album maken zonder budget. Hij start met een uiterst basale kennis van opnametechniek, maar bijt zich vast in de materie zoals hij dat kan: vol overgave. Gesteund door zijn management duikt Julian de diepte in, om zeven jaar later weer boven te komen.

"Ik studeerde me te pletter. Het is superingewikkelde materie die vraagt om jarenlange ervaring. Ik wist niks, hoezo zou ik dit dan kunnen? Maar goed, als ik daarnaar had geluisterd had ik ook nooit piano kunnen spelen. Dan had ik nooit een lamp op kunnen hangen op een wankel trapje met één hand, met kroonsteentje, met schroevendraaier, met nieuwe lamp in m’n bek, twee draadjes uit het plafond en ondertussen ook proberen de oude lamp op te vangen. Focus: deze lamp moet hangen. Het móet. En de lamp hing. Denk je dat ik niet achter mijn oren heb gekrabd na afloop? Tuurlijk wel. Maar je moet ruimte overhouden in je bol. Niet geloven in die voor de hand liggende 'kan niet', op basis van wat gegevens. Je moet gewoon toetsen. En willen."

Gospel en countrymuziek inspireren Julian in grote mate, maar in één adem noemt hij ook de tot in de puntjes geproduceerde muziek van Dirty Loops als voorbeeld in het creatieve proces. In Someday komt het allemaal samen. Over waarom juist deze twaalf liedjes het album vormen is hij verrassend kort: “De liedjes waar ik iets bij voel, die groeien. Die blijven over.” Het is de reden dat hij nauwelijks werk op de plank heeft liggen: "Kíes alsjeblieft wat er aan inspiratie en creativiteit binnenkomt. Je hebt de optie om kritisch te luisteren, te voelen of het wel allemaal echt superleuk is wat je verzint. Je moet je hart en creatieve binnenste wel voor het blok zetten en hard laten werken. Niet elke steen is een diamant."

"De beperking zit 'm niet in mijn hoeveelheid vingers, maar in de synapsen in m'n hoofd die soms niet de meest constructieve link kunnen leggen. Dat is mijn werk hier op aarde: de rotzooi in mijn hoofd slopen. Angsten wegwerken. Deurtjes instampen. Beperkingen ontbeperken. Ik heb daarvoor een focuspunt nodig. In het geval van dit derde album was dat een visie, een doel hoe iets moest klinken. Was het resultaat niet zoals ik wenste, dan moest dat opgelost worden. Altijd één duidelijk hoofddoel: Het moet. Ik wil het. Meer niet.”